maandag 14 december 2015

Een heraldische mijlpaal





Uit de heraldische collecties van het CBG, werd ruim twee jaar geleden wapenboek I van De Lange (1725) opgediept. Vervolgens werd de inhoud van dit boek gefotografeerd (ca. 376 pagina’s met getekende en gekleurde rouwborden).

De oude strategie voor de vastlegging in de Heraldische Databank, werd hiervoor gewijzigd. In plaats van een computergetekende versie van de familiewapens op te nemen (‘referentietekening’) werden de originele achttiende-eeuwse tekeningen geplaatst. Het resultaat is ruim 4.200 kleurplaten die afschriften zijn van oude rouwborden die nog tijdens het Ancien régime in de kerken hingen.

Hierdoor wordt voor onderzoekers meer genealogische context (‘kwartieren’) geboden en wordt overbodige heraldische misinterpretatie voorkomen. Het project werd aan CBG-vrijwilliger heraldiek Ad Hoeijenbos toevertrouwd.

De wapentekenaar Job Marten de Lange heeft op een aantal punten vermoedelijk niet de juiste en volledige kennis van de heraldische stukken. Job Martin (of Hiob Marten) de Lange kwam uit een welgestelde familie en was aldus hemzelf "Gebooren tot Gorinchem den 11 Junij 1652". Zijn vader was de Gorkummer schepen Marten de Lange, zijn moeder Helena Rochatis (zie voor zijn voorgeslacht J.D. Wagner, de Nederlandsche Heraut, 1897).

Het lijkt erop dat De Lange aan het einde van zijn serie tekeningen niet beschikte over de juiste informatie van een aantal rouwbordkwartieren. Door nauwkeurig onderzoek kon bij vergelijking met verwante familie-rouwborden en met genealogisch onderzoek wel de juistheid worden vastgesteld. De Lange tekende wat hem voor de neus kwam. Dit waren vaak bronnen die veel ouder waren dan hijzelf. Foutjes of manipulaties (zoals bij kwartierstaten) werden letterlijk geciteerd en daardoor lijkt hij soms onbetrouwbaar. Hij zou zijn “bronnen weinig critisch” hebben benut" (Mededelingen CBG, 1965, nr. 2/3). Daarbij wordt vergeten dat hij een tekenaar was en geen genealoog.

Inmiddels ligt een draaiboek op tafel om vergelijkbare wapenboeken met kleurentekeningen van rouwborden, kerkramen, grafzerken en dergelijke, te digitaliseren en te koppelen aan de betreffende familienamen.


Zie ook onze oudere blogpost.


woensdag 9 december 2015

Een luxe musket uit de familie De la Tour d'Auvergne


Christian von Braunschweig-Wolffenbuettel, links door P. Moreelse, 1619, Herzog Anton Ulrich Museum Braunschweig; rechts door Harmen Willemsz Wieringa, 1620-1625, Deutsches Historisches Museum, Berlijn

Materialen als tropisch hardhout, ivoor, zilver en parelmoer stalen de show van de Gouden Eeuw. Ze werden ook verwerkt in vuurwapens. Zulke gepersonaliseerde geweren en pistolen gaven de eigenaar een status. Wie zich met deze gevaarlijke en bloedmooie gadgets liet vereeuwigen, moest op zijn minst een 'beetje boef' zijn. Christiaan van Brunswijk (bijgenaamd Dolle Christiaan, vanwege zijn gewelddadige imago) liet zich meerdere keren afbeelden (de tweede keer is in de kopie alleen zijn kapsel wezenlijk veranderd) met hetzelfde vuurwapen. Hij was er kennelijk dol op.

Vandaag werd ons door het Nationaal Militair Museum een afbeelding van een vuurwapen uit dezelfde periode voorgelegd. Het was al bekend dat dit musket (of lontslotgeweer) ooit aan een lid van de familie De la Tour d'Auvergne toebehoorde, maar aan wie precies?







Het was bij hoge adel en vorsten gebruikelijk om de velden in het familiewapen per generatie te herschikken om een individu of diens familietak binnen het gehele geslacht te positioneren en territoriale claims te verbeelden. Het familiewapen werd daardoor min of meer persoonlijk. Om die reden is volgens ons dit vuurwapen gemaakt in opdracht van Henri de la Tour d’Auvergne (1555-1623). Als prins van Sedan bezat hij een autonome regio. In 1602 werd hij onttroond (het musket stamt juist uit die tijd!) en zijn bezit geconfisqueerd vanwege deelname aan samenzweringen. Het prinsdom werd voorgoed bij Frankrijk ingelijfd.

Op het wapen van het geweer ziet men: I [blauw] bezaaid met [gouden] lelies waarover een [zilveren] burcht (De la Tour), II in [goud] een [rood] kerkvaandel (Auvergne, de drie ringen aan het vaandel ziet men als bolletjes in het parelmoer), III geschuinbalkt van tien stukken, rood-goud (Turenne), IV in [rood] een [zilveren] dwarsbalk (Bouillon, dit lijken twee smalle dwarsbalken maar verbeeldt gewoon een enkele dwarsbalk). Hartschild: in [goud] drie [rode] bollen (Boulogne).
De bollen van Boulogne en het vaandel van Auvergne hadden een gezamenlijke territoriale voorgeschiedenis, maar in het wapen van de prins van Sedan werd het wapen Boulogne wat verder onder de aandacht gebracht doormiddel van het hartschild. Het heraldische wapen van Henri is overigens overgenomen door de buurtschap Racourt-et-Flaba (bij Sedan) en wordt nog steeds gebruikt.



.
Het duiden van (kunst)historische voorwerpen is een dankbaar aspect van heraldisch onderzoek. De cultuurhistorische en geldelijke waarde van een object kan nader worden bepaald. In ons blog schreven we regelmatig over luxe-objecten met familiewapens. Wapens van dit kaliber hadden we echter nog niet gezien!





woensdag 4 november 2015

Omvangrijke update Heraldische Databank




















De Heraldische Databank is onlangs aangevuld met veel onbekend materiaal. Voor wat betreft ouderdom, kwaliteit en uniciteit van de objecten is deze update een wezenlijke verrijking. Wie getrunceerd zoekt op "losse heraldiek op papier", "coll. Belonje", en "coll. De Vries" kan zien dat de afdeling heraldiek van het CBG met haar drie vrijwilligers Ad Hoeijenbos, Ton van de Coevering en Erik Godin niet heeft stilgezeten.

De collectie De Vries bevat lakafdrukken uit de tweede helft van de twintigste eeuw. Behalve veel bekende adellijke en patricische familiewapens zijn tal van wapens beschreven die stammen van na de Tweede Wereldoorlog (nieuwe ontwerpen) of wapens die wederrechtelijk zijn toegeëigend of herontdekt in de periode 1960-1990. Ook zijn er buitenlandse familiewapens te vinden, mogelijk van expat-families die tijdelijk in 's-Gravenhage gevestigd waren en bij juwelier Backers hun ring lieten graveren.

De collectie Belonje wordt momenteel door een vrijwilliger bewerkt. Daarbij komt veel heraldische fotodocumentatie tevoorschijn uit Westfalen. In deze documentatie is veel Middeleeuws materiaal van adellijke families te vinden.

De collectie losse heraldiek op papier is een verzameling waardevolle en kunsthistorisch interessante schilderingen en tekeningen die nog niet eerder diepgaand was beschreven.

De Heraldische Databank richt zich primair op Nederlandse familiewapens (dus geen overheidsheraldiek). Familiewapens uit Vlaanderen en Westfalen worden als belangrijk genealogisch Umfeld gezien en als periferie dus wel betrokken in de databank.



maandag 5 oktober 2015

Heraldicum Disputationes jaargang 29 nr. 3



Inhoudsopgave van het derde nummer van jaargang 2015 van Heraldicum Disputationes: 

  • De ruitersteen van Hornhausen, door A. Zeven
  • Mgr. P.C.J. van Lierde, half Belgisch-half Nederlands, door H. van Heijningen
  • Pieter van Berchem zeerover-burgemeester, door D. Coutereels
  • Het album amicorum van Leo en Jan Roelofs (1571-1585), door  A. Zeven & M. Van de Cruys
  • De zegelmatrijs van Egidius van Wyneghem, door M. Van de Cruys
  • De zegelmatrijs van Boudewijn van Lens, door D. Delgrange
Als gebruikelijk ook in dit nummer ingezonden brieven, mededelingen en signaleringen van nieuwe boeken in de afdeling Disputationes.

Uitgever: Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem (België)
Heraldicum Disputationes verschijnt vier keer per jaar.
Prijs: € 20,- per jaar, € 6,00 voor losse nummers (€ 7,50 voor Nederland.)
Zie http://users.telenet.be/homunculus/heraldiek.html

dinsdag 29 september 2015

Blazoen jrg. 1, nr. 2

Nederlands Genootschap voor Heraldiek: Blazoen (2).
 
Inhoudsopgave van het tweede nummer van jaargang 1:
  • Lothar Müller Westphal, heraldicus graficus en genealoog, door B. Grothues
  • Een edelman uit Denemarken in het Groninger land, door A. Daae
  • Een merk of getekend 'wapenzegel' van Pelgrom van Esfelt, door A. Zeven
  • Hoe groot is het vrijkwartier?, door W. Coolen
  • Museum De Lakenhal in Leiden (heraldisch cultureel erfgoed), door R. de Neve
  • De kleuren van textiele zegelstaarten van uithangende zegels in de middeleeuwen en de eeuwen daarna, door A. Zeven
  • Twee eeuwen koninklijke heraldiek in Nederland (inspiratiebron voor burgerwapens?), door R. de Neve



Uitgever: Stichting Nederlands Genootschap voor Heraldiek
Blazoen verschijnt vier keer per jaar voor de Vrienden van het NGH (min. € 25,00 per jaar)

maandag 28 september 2015

Over (neo)gotische wapens in Duitsland

Hoewel in de Bondsrepubliek Duitsland de adel geen officiële positie meer heeft, leeft de groep als nooit tevoren. Ook de belangstelling voor adel is daar nog steeds erg groot: Altadel, Briefadel, Stadtadel en Uradel - het is slechts een beperkte greep uit een groter aantal classificaties waar de oosterburen dol op zijn. De Uradel is genealogisch te herleiden tot personen die al vóór het jaar 1350 als edel werden beschouwd.

In de loop van de late negentiende - en begin twintigste eeuw is de Uradel (de categorie waarvoor men het meeste respect had en heeft) haar wapens gaan voeren in de gotische stijl van de dertiende en veertiende eeuw. Zijn distinctiezucht mondde daarmee uit in stoere, gezag afdwingende eenvoud. Binnen het stramien van die gotische revival van de negentiende eeuw werd teruggegrepen op de vormen die men overwegend aantrof in kerken. Alle vroegmoderne pronkstukken en overige toevoegingen werden geweerd. Er kwamen eenvoudige kuiphelmen met forse helmtekens voor in de plaats, geplant op spitsvoetige schilden, die dezelfde vormverhouding hadden als de toppen van gotische ramen.

Een heel sprekend neogotisch voorbeeld is het wapen Von Hohenzollern dat is aangebracht op het timpaan van het mausoleum voor ex-keizer Wilhelm (overl. 1941) te Doorn. De uit zijn rechten gezette keizer voerde met zijn familie eerst een veel ingewikkelder wapen, met de bekende Duitse adelaar als centraal element. Maar na diens onttroning en dood was het juridisch niet meer gepast om dat wapen te gebruiken. Daarom greep men terug naar het Hohenzollern-stamwapen in zijn oudste, Uradlige vorm. Het is eenvoudig gevierendeeld van zilver en zwart. Was het anachronistisch terug te grijpen naar stijlen van zevenhonderd jaar daarvóór? Of paste de eenvoudige modernistische belijning juist goed bij de voorwaarts denderende industrialisering, een nieuwe tijd?

Als men beseft dat het spitsvoetige schild het enige archetype in de gotische heraldiek is, is het des te verrassender dat rond 1300 ook andere schildvormen werden toegepast. We vonden in de CBG-collectie Belonje een prachtig zeldzaam voorbeeld van een perfect cirkelvormig schild onder een zware aanziende kuiphelm. Het is het wapen van het geslacht Weibeler, dat uit Würzburg (tussen Frankfurt en Neurenberg) stamde. Zij brachten al in de dertiende eeuw vier burgemeesters voort. Hun helmteken - buffelhoorns waarin zijn lelies zijn gestoken - lijkt op een intimiderende manier hun macht uit te dragen, wat nog versterkt wordt door de ondoorgrondelijke kijkspleten in de helm. De persoon in kwestie, wiens voornaam we niet weten, is overleden op 14 september 1307.


Weibeler-zerk in de kerk van Würzburg, coll. Belonje CBG, foto E. Glöckner























De lelie op het schild heeft een gebogen vorm en geeft het effect van een bol schildvlak. Het heeft wat weg van de zogenaamde beukelaar, het infanterieschild dat met mes, zwaard en rapier werd gehanteerd. Beukelaars waren niet in eerste instantie heraldische schilden, maar een praktische afweer om de linkerhand te beschermen, de tegenstander klappen toe te brengen en te duwen. Hier is een praktisch rondschild heraldisch toegepast, waarom weten we niet. Het enige wat blijkt, is dat ook cirkelvormige schilden functioneel waren binnen de krijgsuitrusting van vooraanstaande families en dat heraldiek onvermijdelijk een kind is van zijn tijd.



maandag 7 september 2015

Rouwborden Wijk bij Duurstede in ere hersteld










Op 4 september jongstleden zijn in de Grote Kerk te Wijk bij Duurstede drie rouwborden uit 1609, 1612 en 1617 aan het publiek getoond. „Lange tijd hebben er in de kerk tien plankjes gelegen waarop wapens geschilderd waren. Ze werden gevonden bij de restauratie in 1968. Niemand wist wat de functie van de plankjes was", aldus kerkarchivaris Ton Gelok.

Heraldicus dr. Ad de Jong uit Voorthuizen wist in 2009 vast te stellen dat de planken onderdelen van rouwborden waren. In 1789 hingen er in de kerk nog 74 exemplaren. Rouwborden werden toen gezien als een ostentatieve en onrechtmatige vorm van zelfverheffing. Het merendeel is daarom vernietigd. Niet in een golf van volkswoede, maar als keurige uitvoering van overheidsbeleid.
Het gaat in dit geval om telgen uit bekende adellijke regentenfamilies: Jonker Joest van Baeren van Schonauwen en twee Van Oestrums, die allebei Johan heetten. U kunt op bovenstaande afbeelding klikken om de details op de rouwborden zelf te zien.

De Jong reconstrueerde op papier en digitaal de rouwborden met behulp van het manuscript van Maximiliaan Louis van Hangest d’Yvoy, lid van de Hoge Raad van Adel (het manuscript is eigendom van het Koninklijk Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde en wordt beheerd door het Centraal Bureau voor Genealogie). 'D'Yvoy' maakte tussen 1776 en 1815 afschriften van heraldiek in de kerken van Utrecht, Holland, Gelderland en Noord-Brabant. Meubelmaker Bert van de Burgt en heraldisch schilder Rómulo Döderlein de Win reconstrueerden de borden tot hun oorspronkelijke staat. Het resultaat mag er zijn.