dinsdag 29 maart 2016

Blazoen, jrg. 2, nr. 1

Inhoudsopgave:

Heraldiek onder de loep: Het Sachsenross, door R. de Neve
De waterput heraldisch bekeken en de variaties in het familiewapen Pet, door A. Zeven
Clublogo's in het Nederlandse profvoetbal, door R. de Neve

Verder bevat dit nummer de rubrieken Vrijkwartier (forum) en Heraldiek in het nieuws, alsmede een summary in English van het hoofdartikel.



















Uitgever: Stichting Nederlands Genootschap voor Heraldiek
Blazoen verschijnt vier keer per jaar voor de Vrienden van het NGH (min. € 25,00 per jaar)

maandag 21 maart 2016

Heraldicum Disputationes jaargang 21 nr. 1 (2016)



Inhoudsopgave van het eerste nummer van jaargang 2016 van Heraldicum Disputationes: 





  • à la bende et dix-sept billettes, door Giedo Haudenhuyse
  • Het Witte Paard van Uffington, door Marc Van de Cruys
  • Anders Daae's artikel '700 jaar gebruik van zegel en wapen in de familie Daae' nabeschouwd, door Roel de Neve
  • Een onbekend zegel van Menen, door Dominique Delgrange
  • Een hondenhalsband met het wapen van de Antwerpenaar Pieter Roose, door Anton C. Zeven
Ook in dit nummer: ingezonden brieven, mededelingen en signaleringen van nieuwe boeken in de afdeling Disputationes en een bijlage met nieuwe wapens gepasseerd voor de Vlaamse Heraldische Raad.

Uitgever: Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem (België)
Heraldicum Disputationes verschijnt vier keer per jaar.
Prijs: € 20,- per jaar, € 6,00 voor losse nummers (€ 7,50 voor Nederland.)
Zie http://users.telenet.be/homunculus/heraldiek.html

De maan, de wassenaar en de maanroos



















Met gevoel voor detail en humor wijdt Marc Van de Cruys de jubileumuitgave 2015 van Heraldicum Disputationes aan heraldische varities op de maan, zoals de wassenaar en de maanroos of lunel (een kruisvormige zetting van vier elkaar aanstotende wassenaars). In 64 pagina's gaat hij uitputtend in op de configuraties met één of meerdere manen, de neerslag in badges, de symboliek, wijze van blazoeneren en de historie van de wassenaar als wapenfiguur.


Interessant is de vermeende connectie tussen het maansymbool en de (vroege) islam. Die is anders dan velen steeds hebben aangenomen; relaties met de kruistochten zijn nooit aangetoond. De zich uitbreidende islam onderscheidde zich niet met symbolen maar met effen gekleurde vlaggen en lettertekens. Het latere Ottomaanse Rijk (1302-1918) echter, voerde in de strijd tegen het Westen de wassende maan als een van haar veldtekens. De Ottomanen (vaak ook 'de Turken' genoemd) lijfden vanaf 1517 ook Arabische gebieden in. Omdat er binnen het Ottomaanse Rijk geen scheiding was tussen religie en staat, is men het krijgssymbool van de wassende maan gaan associëren met religieuze identiteit. Arabië wordt met haar bedevaartplaatsen Mekka en Medina daarom vaak ten onrechte gezien als bakermat van de maan en de ster. In oorsprong was het eerder een tribaal symbool uit Klein-Azië. Ook spelen in de christelijke iconografie de maan en de ster een rol bij de Mariaverering; de moeder van Christus wordt vaak staand op een maansikkel afgebeeld. Dat zou weer een afgeleide zijn van de maangodin uit de klassieke oudheid.


Uitgever: Marc Van de Cruys, Krommelei 47, 2110 Wijnegem (België)
Heraldicum Disputationes verschijnt vier keer per jaar.
Prijs: € 20,- per jaar, € 6,00 voor losse nummers (€ 7,50 voor Nederland.)
Zie http://users.telenet.be/homunculus/heraldiek.html









donderdag 10 maart 2016

De kroon als icoon (4)



















In het recent verschenen boek van Jac. Biemans over het leven van August von Bonstetten is een prent opgenomen van Willem de Eerste, als soeverein vorst van de Nederlanden. Boven het ingekleurde portret is zijn persoonlijke wapen en het wapen van de Republiek aangebracht, het geheel bekroond met een prinsenkroon (wel vorstelijk, maar nog niet Koninklijk).
De informele kroon die op de proclamatie van 1814 voorkwam (hij komt in het Nederlandse kronenstelsel niet voor), was geen heraldische ééndagsvlieg maar maakte deel uit van een weldoordacht PR-programma van onze eerste koning.
In een eerdere blogpost besteedden we aandacht aan de kruisvormige bladeren van de kroon, die door een Engelse graveur moeten zijn gemaakt en sterk Engels geïnsprireerd zijn.

woensdag 17 februari 2016

De 'Rüstungsthese' nader bekeken

Een leuk blog over heraldiek vanuit het cultuurhistorische perspectief is Heraldica nova.
Als hulpwetenschap van de geschiedenis heeft de heraldiek het lang moeten doen met allerhande aannames. Eén daarvan is de stelling dat er een noodzaak was tot het gebruik van heraldische tekens als communicatiemiddel op het slagveld. Krijgslieden gingen zich steeds meer in bepantsering hullen; iets wat slechts ten dele waar was en heel geleidelijk gebeurde.
Lees hier de hernieuwde kritiek op die stelling.



Rechts is waar de duim links zit

Erik van Denemarken, koningin Ingeborg 


















Als je op middeleeuwse en vroegmoderne grafmonumenten
afbeeldingen van echtparen ziet, ligt de vrouw altijd voor de kijkers rechts en de man links. Vanuit het echtpaar zelf gezien ligt de man dus rechts. Zo ook in de heraldiek: (heraldisch) rechts - voor de kijkers links - is de plek die traditiegetrouw is gereserveerd voor de man.
Waarom de man nou 'altijd' rechts lag is onduidelijk, het was nu eenmaal zo. Het zou teruggaan op het scheppingsverhaal waarbij Eva het slechte vertegenwoordigde en Adam verleidde met de appel. De linkerkant is symbolisch de slechte kant (vgl. senestra, sinister). Ook in de kerk zaten de mannen altijd rechts en de vrouwen links.
Het bekende stramien heeft wel eens tot verwarring geleid, dat zien we zo. Maar er zijn uitzonderingen die de regel bevestigen.



Elisabeth van Mansveldt, Burkhard van Regenstein
Het graf Elisabeth gravin von Mansveldt (overl. 1474) en haar echtgenoot Burkhard V graaf von Regenstein is een uitzondering op de stringente traditie. Waarom dit is gebeurd, is onduidelijk. De afbeelding hieronder is in ieder geval niet gespiegeld weergegeven. Burkhard staat of ligt met zijn zwaard duidelijk aan de heraldisch linkerkant (voor de kijkers rechts).


De strenge conventie 'man rechts, vrouw links', heeft onlangs tot verwarring geleid bij de beschrijving van een grafplaat uit 1484 in de Nieuwe Kerk te Zierikzee. Daar liggen namelijk twee mannen bij elkaar in wapenrusting! Het is zeer ongebruikelijk maar komt voor. De clou van het verhaal volgt binnenkort in het maart-nummer van Gen.magazine.


reconstructie grafplaat Zierikzee, (c) G. van Breugel



maandag 14 december 2015

Een heraldische mijlpaal





Uit de heraldische collecties van het CBG, werd ruim twee jaar geleden wapenboek I van De Lange (1725) opgediept. Vervolgens werd de inhoud van dit boek gefotografeerd (ca. 376 pagina’s met getekende en gekleurde rouwborden).

De oude strategie voor de vastlegging in de Heraldische Databank, werd hiervoor gewijzigd. In plaats van een computergetekende versie van de familiewapens op te nemen (‘referentietekening’) werden de originele achttiende-eeuwse tekeningen geplaatst. Het resultaat is ruim 4.200 kleurplaten die afschriften zijn van oude rouwborden die nog tijdens het Ancien régime in de kerken hingen.

Hierdoor wordt voor onderzoekers meer genealogische context (‘kwartieren’) geboden en wordt overbodige heraldische misinterpretatie voorkomen. Het project werd aan CBG-vrijwilliger heraldiek Ad Hoeijenbos toevertrouwd.

De wapentekenaar Job Marten de Lange heeft op een aantal punten vermoedelijk niet de juiste en volledige kennis van de heraldische stukken. Job Martin (of Hiob Marten) de Lange kwam uit een welgestelde familie en was aldus hemzelf "Gebooren tot Gorinchem den 11 Junij 1652". Zijn vader was de Gorkummer schepen Marten de Lange, zijn moeder Helena Rochatis (zie voor zijn voorgeslacht J.D. Wagner, de Nederlandsche Heraut, 1897).

Het lijkt erop dat De Lange aan het einde van zijn serie tekeningen niet beschikte over de juiste informatie van een aantal rouwbordkwartieren. Door nauwkeurig onderzoek kon bij vergelijking met verwante familie-rouwborden en met genealogisch onderzoek wel de juistheid worden vastgesteld. De Lange tekende wat hem voor de neus kwam. Dit waren vaak bronnen die veel ouder waren dan hijzelf. Foutjes of manipulaties (zoals bij kwartierstaten) werden letterlijk geciteerd en daardoor lijkt hij soms onbetrouwbaar. Hij zou zijn “bronnen weinig critisch” hebben benut" (Mededelingen CBG, 1965, nr. 2/3). Daarbij wordt vergeten dat hij een tekenaar was en geen genealoog.

Inmiddels ligt een draaiboek op tafel om vergelijkbare wapenboeken met kleurentekeningen van rouwborden, kerkramen, grafzerken en dergelijke, te digitaliseren en te koppelen aan de betreffende familienamen.


Zie ook onze oudere blogpost.